Na al het gestuntel in de bergen gunde ik mezelf een rustdagje in mijn veel te comfortabele hostel in Karakol. Er zat een restaurantje en bar aan vast, dus je mag een wilde gok doen hoe vaak ik zelf heb gekookt in de kleine week die ik er heb doorgebracht.
Ter afsluiting van het seizoen organiseerden de eigenaren van het hostel een klein muziekfestivalletje. De optredens werden verzorgd door hun familieleden. Als eerst was opa aan de beurt, die een voordracht zou doen van de Manas; een episch gedicht over de stichting van Kirgizië. Dit epos speelt een grote rol in de lokale tradities en wordt op nogal wonderlijke wijze ter ore gebracht. Het geluid was een soort combinatie van praten, zingen en net niet overgeven. Voor mijn oren klonk het vrij vreemd, maar het effect was daar en met z’n allen zaten we in stilte te luisteren.

Dit ging zo zeker een kwartier door en het leek alsof de oude man, met zijn ogen gesloten en zijn lichaam ritmisch bewegend, in een soort trans was geraakt. Pas toen zijn kleindochter hem fysiek wakker schudde leek hij zich weer bewust van zijn omgeving. Ze vertelde hoe elk dorp zijn eigen Manas verteller heeft en er jaarlijks een grote competitie wordt georganiseerd om te bepalen wiens verteller het het langst vol kan houden. Men “zingt” dan in sessies van acht uur en heeft steeds een halfuur pauze. In Karakol staat het record op 56 uur. Het moet dus een vrij lang verhaal zijn, en bij navraag bleek dat het huidige record naar schatting nog geen 30% van het hele epos dekt.
Het volgende optreden was een traditionele dans verzorgd door de dochters en kleindochters, welke in ronduit spectaculair kleurrijke en met veren gedecoreerde jurken in een cirkel door de kamer zweefden. Na een paar nummers kwam de uitnodiging om mee te doen en de dans te leren. Iedere buitenlander die meedeed kreeg een sleutelhanger, en dat soort aanbiedingen neem ik uiterst serieus. Viktor en ik, allebei van die dunne stijve harken, sprongen meteen op. Het viel niet mee en er kwam een hoop gedraai bij kijken, maar uiteindelijk lag de sleutel in een beetje losse schouders. We stonden ongetwijfeld ongelofelijk voor lul, maar het gros van de gasten zat ondertussen nog in z’n stoel en was daarmee een ervaring armer. En bovenal zonder sleutelhanger.

Op rustig tempo vervolgde ik m’n reis richting Bishkek, de hoofdstad van Kirgizië. Omdat het seizoen afliep kon ik in dit toeristische gebied voor een klein prijsje een geheel appartement voor mezelf huren. Ik was bijna vergeten hoe fijn het kan zijn om een goed maaltje voor jezelf te bereiden in een keuken die je niet ondertussen met anderen hoeft te delen, en met een onverwachte nieuwe impuls aan energie stond ik de volgende morgen naast m’n motor.
Ik heb zelfs nog een ochtendbad genomen in de lokale hotspring, wat me een paar dagen eerder na een paar keer van de berg te zijn gedonderd, best beviel. Helaas kwam ik weer tot dezelfde conclusie als altijd, namelijk dat ik er maar bar weinig aan vind om in een bak warm water te zitten niksen. En dat terwijl ik toch best een tolerantie voor saaiheid heb, gegeven mijn hobby’s op het gebied van musea en filmhuisfilms.

In Bishkek lachte het leven me toe in de vorm van een bioscoop waar ze precies die avond een Engelse film draaiden. Het was een ketenbioscoop met zo’n paal waar je de tickets uit moet toveren, waar ik door mijn beperkte kennis van het Russisch natuurlijk de ballen van snapte. Eén van de werknemers kwam vrijwel direct om te helpen en begeleidde me vervolgens door het proces van popcorn aanschaffen en liep zelfs mee de zaal in om m’n stoel aan te wijzen. Tot mijn grote verrassing plofte ze zelf ook in een stoel, en pas toen realiseerde ik dat ze helemaal geen werknemer was, maar gewoon een medebioscoopgast die mij zag rommelen en direct wilde helpen. Typisch voor de vriendelijkheid die ik tot zover heb ervaren in Kirgizië.

Later die avond zat ik, zoals wel vaker, met m’n boek in het speciaalbiercafé. Ik had nog geen bladzijde gelezen toen ik aan de praat raakte met twee Russische Kirgiziërs. De ene was jurist en de ander was arts, maar dat hield ze niet tegen de glazen op gestaag tempo te kantelen. Na zoveel jaar als student dacht ik wel redelijk getraind te zijn, maar ik kon ze slechts met veel moeite bijbenen.
Het werd steeds gezelliger, gek genoeg, en ik kan niet anders dan bekennen dat ik m’n kop er gruwelijk hard afgeschroefd heb. Eerlijk gezegd herinner ik me vrij weinig van die avond, maar ik weet zeker dat we in ieder geval op enig moment in een bar vodka stonden te shotten met de taxichauffeur. Ook zou ik je zweren dat ik een volledig gesprek in het Russisch heb gehad met een meisje, al vraag ik me achteraf af of zij dat ook zo heeft ervaren. Het is hem in ieder geval niet geworden.

De volgende dag zat er pas tijdens het eind van de middag weer wat actie in. Ik ging langs bij een motormonteur in de hoop m’n carburateurs te kunnen synchroniseren, iets waar het juiste gereedschap sinds Georgië al niet meer voor te vinden was. Inderdaad had hij het benodigde gereedschap, en hij bleek ook nog eens een ontzettend sympathieke kerel te zijn. Omdat ik ondertussen alweer was vergeten hoe het moest, zijn we samen een heel tijdje bezig geweest, maar van geld wilde hij niks weten.
Z’n Russische broer was er ook en we kwamen terecht in een goed gesprek over culturele verschillen en geopolitiek. Ik durf te stellen dat we die middag een aanzienlijk deel van de wereldproblemen hebben opgelost. Later op de avond zouden ze de kroeg in duiken en ik was van harte uitgenodigd, maar ik moest er niet aan denken…






Geef een reactie