Samen of alleen?

Samen of alleen?

Mijn vorige verhaal eindigde met een lofzang aan het concept asfalt. Daar sta ik nog steeds achter, maar tegelijkertijd vond ik het reizen zoals we dat deze week in de Wakhanvallei deden fantastisch. Er zat iets uitzonderlijk puurs in: de hele dag over zandpaadjes rijden, ’s avonds het kamp opzetten, iets simpels eten en leven met het ritme van de zon. De meeste dagen lagen we rond 20:00u al in onze slaapzak.

Normaal voelt in een tent slapen toch ergens een beetje kunstmatig, zolang er ook gewoon hotels bestaan. Maar nu hadden we geen keuze. We trokken door de bergen zoals men dat honderd jaar geleden waarschijnlijk ook gedaan zou hebben.

Terug op het (uiteraard nog steeds uitzonderlijk matige) asfalt

Al die tijd klommen we langzaam richting het Pamirplateau. Met een gemiddelde hoogte van net boven de 4000 meter vind je hier weinig, behalve ruige, maar prachtige leegte. Onze bestemming was Murghab, een van de weinige permanent bewoonde nederzettingen op het plateau. Het dorp werd ooit gesticht door Kirgiezen die in Sovjettijden de bergen in vluchtten om hun semi-nomadische levensstijl te behouden. Kennelijk moet je daar behoorlijk wat voor over hebben, want slechts zo’n vier maanden per jaar ligt de temperatuur hier boven het vriespunt.

Het altijd gezellige Murghab

Bij het checkpoint werden we verrast door bekende gezichten: twee Schotse meiden op de fiets die we eerder hadden ontmoet in een hostel in Dushanbe. We besloten met z’n vijven een guesthouse te pakken, scoorden wat biertjes en verwerkten collectief onze ervaringen op de Pamir. Ze waren ongeveer tegelijk met ons vertrokken uit Dushanbe. Dat betekent dat wij óf heel langzaam motorrijden, óf zij heel snel fietsen. In werkelijkheid was het een combinatie van beide: wij hadden motorproblemen en een diepgeworteld talent om overal onnodig lang over te doen, terwijl zij een strakke deadline hadden om hun fietsen in Murghab in te leveren. Vanaf hier zouden ze liftend de Pamir Highway vervolgen. Een dappere keuze, gezien het volslagen gebrek aan verkeer op deze weg.

Na bijna twee weken met Alan en Manuel begon het steeds meer te knagen: ik wilde weer solo rijden. De Pamir was tenslotte dé reden dat ik deze reis ooit begonnen ben. Al jaren had ik dat beeld in mijn hoofd: hier, alleen, semi-heroïsch over de vlakte rijdend, met niets anders dan bergen en mezelf. Daarbij wilde mijn gezelschap Mongolië nog halen voordat het daar eind september begint te sneeuwen. Ik had juist nog een hele maand voordat ik me bij de Chinese grens moest melden. De keuze was dus snel gemaakt en in Murghab namen we afscheid.

Het voelde vreemd om weer alleen te zijn. Dat gevoel werd versterkt door de immense leegte van het plateau, waar noch begroeiing noch bewoning te vinden is. En juist daarom was het zo absurd mooi. Voor mijn gevoel reed ik door een buitenaardse wereld. Na een uurtje zat ik volledig in de flow: letterlijk en figuurlijk reed ik door de wolken. Dit was exact het beeld dat ik al die jaren had gehad. Blijkbaar ben ik, in de kern, toch een soloreiziger.

De weg waar je rijdt is dezelfde die in de tijd van de Zijderoute werd gevolgd, waardoor je onderweg regelmatig eeuwenoude caravanserais tegenkomt. Deze plekken fungeerden destijds als veilige overnachtingsplek voor reizende handelaren, hun waren en hun dieren

Tot mijn verrassing was mijn sociale isolement van korte duur. Ik wilde mijn tent opzetten aan de oever van een bergmeer en trof daar opnieuw de twee Schotse meiden aan, met exact hetzelfde plan. In zeven uur rijden (ik neem veel pauzes) was ik nauwelijks vijf auto’s tegengekomen, maar toch waren zij erin geslaagd een lift te regelen vanuit Murghab. We zetten samen kamp op en raakten verder aan de praat over onze levens. Eén van hen bleek al een tijd niet meer in Schotland te wonen, maar op een willekeurige dinsdag te hebben besloten voor een NGO in Libanon te gaan werken. Ongelofelijk stoer, en een uiterst respectabele keuze als je het mij vraagt. We spraken af dat ik haar op de terugweg zou opzoeken in Beiroet.

Mocht dat laatste als verrassing komen, is het goed een update geven over mijn plannen. Waar mijn originele idee namelijk was om de motor en mezelf op het vliegtuig terug te zetten in Kathmandu, heb ik besloten een poging te wagen de motor in het voorjaar via het Midden-Oosten terug te rijden. Daar zijn meerdere redenen voor. Allereerst heb ik het gevoel dat ik inmiddels een redelijke ervaring heb opgebouwd in het omgaan met andere culturen en autocratische regimes. Daarnaast heb ik verrassend veel reizigers ontmoet die recent in landen als Afghanistan en Iran zijn geweest, en allemaal uitsluitend positieve verhalen deelden. Dat alles samen maakt dat ik me vertrouwd genoeg voel om deze fantastische, en toegegeven ook licht risicovolle, regio in te trekken. Bovendien heb ik nu de tijd, dus: waarom niet?

Terug naar het bergmeer. Het kwam verdomd goed van pas dat ik de Schotse meiden was tegengekomen, want het drukverschil en de kou hadden mijn benzinebrander om zeep geholpen. Door wat rond te vragen in het nabijgelegen dorpje verzamelden we een handvol groenten en kruiden, die we gezamenlijk in hun pannetje gooiden. Voor ons gold dat als een prima avondmaal.

Een waterpomp ondergebracht in wat vermoedelijk ooit een Lada is geweest. Het hele mechanisme was in yakvellen gewikkeld om te voorkomen dat de boel elke nacht vast zou vriezen

Zodra de zon onderging werd het Bijbels koud en, zelfs met onze slaapzakken om ons heen gewikkeld, was het onmogelijk om buiten te blijven. We lagen dus vroeg onder de wol en na een lange nacht stonden we op met het komen van de zon, deelden we ons ontbijt en namen we afscheid. Ik voelde me lullig om ze achter te laten. Gisteren stonden ze nog met hun duim omhoog in een dorpje, nu restte hen niets anders dan voor onbepaalde tijd langs de weg te staan, op mogelijk een van de meest onherbergzame plekken ter wereld. Ik kon er weinig aan veranderen en begon, met een dubbel gevoel, aan mijn laatste dag op de Pamir.

Vandaag zou ook het hoogste punt, 4655m, bestegen moeten worden. Dragan heeft al maanden last van carburatieproblemen, dus ik wist dat deze pas een interessante klus zou worden. Bij gebrek aan elektronica spuit Dragan altijd dezelfde hoeveelheid benzine in de cilinders, ook als er op deze hoogte nog maar de helft van de normale hoeveelheid zuurstof in de lucht zit. In essentie verzuipt de motor dus continu. Gelukkig had ik inmiddels redelijk in de smiezen hoe ik het ding rijdend moest houden. De truc: lage toeren aanhouden, en elke vijf minuten stoppen om de opgehoopte benzine te laten verdampen. Je moet dus geen haast hebben.

Helaas voor mij werd de weg rondom de pas weer onverhard, rijkelijk belegd met wasbordjes. Maar wat een uitzicht!

Die tactiek werkte tot zo’n 50 meter onder het hoogste punt van de pas. De motor sputterde tot stilstand en wat ik ook deed, er kwam geen leven meer in. Het zou me toch verdorie niet gebeuren dat ik hier strand!? Even denken, wat kunnen we doen om het mengsel minder rijk te maken? Het enige dat ik kon bedenken was het luchtfilter uit de motor halen. Dat is verre van ideaal want dat betekent dat alle rotzooi dat in de lucht rondzweeft direct de motor in gezogen wordt, maar ik had geen keuze. Door met ductape  de behuizing op z’n plek te knutselen kon ik hopelijk het ergste stof nog tegenhouden. Met succes: al hortend en stotend kwam ik de pas over. Wat is het toch een fantastisch gevoel als je in de penarie zit en dat zelf kan oplossen. Kan het sterk aanraden.

Rotzooien op het hoogste punt

Niet veel later volgde de grens met Kirgizië, waarschijnlijk niet geheel verrassend één van de hoogste grensovergangen ter wereld. Wegens politieke spanningen is de boel jaren gesloten geweest, maar tegenwoordig is de grens het hele jaar geopend, vermoedelijk juist om elkaar in de gaten te houden. Ik kreeg een kopje thee en raakte aan de praat, waarbij mij verteld werd dat de soldaten ’s winters roteren tussen twee weken dienst en twee weken vrij. In de praktijk zitten ze er echter vaak veel langer dan twee weken, want met temperaturen tot de -40C kan je zomaar een paar maanden ingevroren raken. Ideaal uitgangspunt voor een John Carpenter film lijkt me.

Hoe dan ook, ik was in het volgende land: Kirgizië! Hier zou ik bijna drie weken verblijven, prachtige wegen rijden, twijfelachtige beslissingen nemen, nieuwe mensen leren kennen en oude bekenden tegenkomen. Snel meer!


Ontdek meer van Wrong Bike Right Way

Abonneer je om de nieuwste berichten in je inbox te ontvangen.

Comments

6 reacties op “Samen of alleen?”

  1. Remco Fritz avatar
    Remco Fritz

    Ja! Graag snel meer!
    Wat een fantastisch verhaal

  2. Xandra avatar
    Xandra

    Geweldig dat je zo blij kan worden van deze reis!
    Ga zo door!

  3. Leontine avatar
    Leontine

    Wat een avonturen maak je mee! Prachtig!!

  4. Floriëtte avatar
    Floriëtte

    Zo vet Yaran! Ben benieuwd naar meer verhalen 🙂

  5. Paulien avatar
    Paulien

    Mijn nieuwe avontuur kan ieder moment beginnen (ik ben inmiddels 3 dagen over de uitgerekende datum), maar toch ben ik jaloers op jouw avonturen! En dan ook nog de keuze om terug te rijden in plaats van te vliegen, goede keuze, dan kunnen wij hopelijk nog langer genieten van je verhalen!

  6. Sonia avatar
    Sonia

    Zo vet Yaran! Mis je wel!!!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Search


Categories


Translate »