Waar Tadzjikistan heeft besloten hun grens op een ijskoude hoogte van 4280 meter aan te leggen, hebben de Kirgiziërs het aanzienlijk beter bekeken door hun deel aan de andere kant gewoon beneden in de vallei te plaatsen. Het gevolg is een hilarisch slechte, 21 km tellende afdaling door niemandsland. Naar beneden komen vereiste slingerwerk op hogeschoolniveau, tussen rotsblokken, weggespoelde stukken weg en modderstroompjes. Overduidelijk dat geen van beide landen zich verantwoordelijk voelt voor dit stukje weg, mijn vermoeden is dat ze hopen dat het vanzelf verdwijnt.

Ik ging in een slakkengangetje en vond het best, Dragan had toch al geen haast meer om ergens heelhuids aan te komen. In combinatie met een inmiddels vertrouwd chaotische importprocedure kwam ik echter pas laat op de avond aan in Osh, de tweede stad van Kirgizië en het officiële eindpunt van de Pamir Highway. In principe probeer ik ’s nachts rijden te vermijden, zeker als je nog maar een paar uur in een nieuw land bent, maar dit keer zette ik door. Er bestond namelijk een reële kans dat ik Manuel en Alan nog zou treffen. We hadden niks afgesproken, maar net als in Dushanbe is er in Osh slechts één bekend overlandershostel. En inderdaad: zodra ik door de poort de binnenplaats op reed, werd ik enthousiast begroet door mijn tot voor kort reisgenoten. Ondanks dat we maar een paar dagen uit elkaar waren geweest, voelde het als een volwaardige reünie. Blijkbaar kan een slechte weg veel doen voor vriendschappen.
Het oplappen van hun motoren had langer geduurd dan gepland, maar tijdens hun doodlopende zoektocht naar onderdelen hadden ze wel een aantal andere motorreizigers leren kennen. De volgende dag kwamen we met z’n allen samen voor een werkelijk fantastische avond vol verhalen, inspiratie en wederzijds herkenbaar leed. Ik durf te stellen dat er een bepaald gevoel schuilt in het afleggen van dit soort afstanden op de motor, en dat alleen zij die dat zelf ondergaan het écht kunnen begrijpen. En we hadden ook vrij veel bier gedronken.

Alan had slechts de helft van zijn motorproblemen weten op te lossen en besloot het nog lastiger voor zichzelf te maken door op de ochtend van vertrek een fles water over al zijn documenten heen te gooien. Het belang van deze documenten, zoals visums, importbewijzen en alles wat bepaalt of je een land in of uit mag, is nauwelijks in woorden uit te drukken. Desondanks lijkt er niks te zijn dat de spirit van deze man kan dempen. Nadat hij zijn inmiddels zongerijpte documenten weer in de tas had gefrommeld, stapte hij vrolijk op de motor en namen we opnieuw afscheid. Manuel was eerder al vertrokken, aangezien hij nog maar een paar dagen had om zich in Rusland te melden. Ik geloof dat ze elkaar later wel weer hebben getroffen in Mongolië, maar die verhalen hoor ik vast wel wanneer ik ze ooit weer zie.
Voor mij was het vooral een kwestie van uitrusten en het repareren van de ongeveer zesduizend verschillende dingen, give or take een paar honderd, die kapot waren gegaan bij Dragan op de Pamir. Zo had ik de bashplate op dag één al kromgeslagen door op een rots te landen. Sindsdien maakte de bashplate contact met de uitlaatbuizen, wat resulteerde in een bloedherrie wanneer ik harder dan 10 km/u reed. Ik schaamde me kapot elke keer dat we door een dorpje reden. Gelukkig was de oplossing even eenvoudig als effectief: met een grote metalen staaf en vier Kirgiziërs van het formaatje beer kon de boel met wat springwerk weer terug in vorm gebogen worden.

M’n zijtassen hingen nog slechts met tiewraps op hun plaats en mijn volgende missie was om de gescheurde verbindingsriemen aan elkaar te laten naaien. Elke succesvolle missie begint met een goede lunch, en ik besloot een samsa (een soort hartig gebakje) op de kop te tikken. Bij het kraampje raakte ik aan de praat met een vriendelijke jongen van mijn leeftijd en vroeg hem of hij niet toevallig iemand kende die kon helpen met de riemen.
“Geen probleem, volg mij!”
Hij leidde me door een steegje naar een gigantische overdekte markt die ik tot dusver volledig over het hoofd had gezien. Na wat rondvragen zaten we binnen de kortste keren bij een dame in haar naaiatelier. Ik had benadrukt dat de boel zo stevig mogelijk vast moest worden gezet, en dat nam ze uiterst serieus. We hebben daar zeker een uur gezeten terwijl zij, afgewisseld met het inschenken van kopjes thee, het ene stiksel na het andere aanbracht. Dat kostte dan omgerekend zeven Euro, inclusief een flinke fooi.

Ik ben uiteindelijk nog de hele middag met die jongen, die overigens niet meer Engels sprak dan ik Russisch, op de markt geweest. Vol enthousiasme suggereerde hij om te proeven van een mysterieuze substantie die ze hier op elke straathoek in tonnetjes verkopen. Ik moet zeggen, ik heb best een tolerantie voor andere smaken, maar dit was zonder twijfel het meest walgelijke wat ik ooit heb gedronken. Een soort een zurige, grijze drab met de consistentie van nat beton en de smaak van spijt. Toch heb ik, naar mijn mening, een Gouden Kalf-waardig optreden neergezet door mijn weggetrokken gezicht om te toveren in een lach en een duim. Het was namelijk overduidelijk dat hij trots was op dit nationale drankje. En ik was weer een ervaring rijker, zullen we maar zeggen.
Terug in het hostel zat ik aan een verhaal te typen toen ik meende een bekend gezicht aan de andere kant van de binnenplaats te zien. Ik kon niet plaatsen waar ik hem in hemelsnaam van kende. Met het weloverwogen risico mezelf voor lul te zetten besloot ik toch een praatje te maken en al snel bleek: we hadden samen, maanden eerder, een avond gespendeerd in de bergen van Albanië. Misschien kan je je nog herinneren dat ik daar een jongen sprak die na zijn studie in Nederland al liftend onderweg terug was richting zijn thuisland Japan. Dat was hij dus! Bijzonder hoe reizen die totaal verschillend verlopen elkaar zo veel verder ineens weer kunnen kruisen.
Ook de Schotse meiden trof ik opnieuw, zij hadden er drie dagen over gedaan om het laatste stuk te liften. Geen moment te vroeg, want de volgende dag vlogen ze om 7u ’s morgens terug naar Europa. Dat weerhield ze er overigens niet van om er nog één laatste avond vol tegenaan te gaan. Met z’n drietjes bleven we tot in de relatief late uurtjes in de kroeg hangen, zoals dat hoort bij afscheid nemen onderweg.






Geef een reactie