Mijn vorige verhaal eindigde in Waipiata, waar nog wel het één en ander over te vertellen valt. Ik had namelijk via een aanbieding daar een hotelletje gevonden voor een luttele 35 Euro per nacht. Dat leek me wel wat, een eigen kamer op een plekje ver buiten de toeristenstadjes. Dat laatste was het zeker, Wiapiata is een T-splitsing midden in het ruige Central Otago en bestaat uit het hotel, een kerk en een beperkt aantal huizen. Inwoners: 24. Je kan je dus voorstellen dat de entree ongeveer verliep zoals een filmscene: ik liep naar binnen in m’n ijzige motorpak, de bar viel stil en de volledige klandizie had zijn collectieve blik op mij gericht. Ik wist er nog een vriendelijk en, zoals het hoort, puur retorische “How are you?” uit te krijgen, wat kennelijk genoeg was om tot de conclusie te komen dat ik geen bedreiging vormde.

Na een lange, warme douche heb ik nog even een kijkje genomen in de bar. Aangezien het zaterdag was, was het een dolle boel. Alle 24 waren er denk ik zo, wat daarmee overigens wel een leuke mix vormde tussen jong en oud. Doordat het lokale rugby team een belangrijke wedstrijd speelde die avond zat er een opzienbaarlijke hoeveelheid schot in de zaak. Een zeer sympathieke oudere dame heeft een liefelijke poging gedaan mij de regels bij te brengen, maar ik was op dat punt al zo moe dat ik het niet lang heb volgehouden voordat ik m’n bedje inging. Later bleek dat ze ontzettend hard hebben verloren, dus misschien was dat maar beter ook.

De tweede reden dat ik de sneeuw had getrotseerd om in Waipiata te komen, was de ligging ongeveer halverwege Dunedin, waar ik op bezoek zou gaan bij familie van vrienden. Het leek me dus wel handig om alvast zoveel mogelijk kilometers te maken met de voorspelde sneeuwstormen. In de ochtend bleek echter dat ik een aanzienlijke blunder had begaan met m’n plan: Wiapiata ligt in een vallei, dus welke kant ik ook op zou gaan zou betekenen dat ik eerst weer omhoog zou moeten voordat ik verder naar beneden zou kunnen. Ik ontbeet samen met een ouder stel, die voor mij navraag hadden gedaan over de staat van de wegen in de regio. Inderdaad: overal zwart ijs op de weg. Samen hadden we echter een oplossing bedacht, zij kenden namelijk alle onverharde achterafweggetjes in de buurt, die aanzienlijk minder last hebben van een ijslagen. Zo gezegd zo gedaan, met een voorzichtig samengestelde route heb ik me de hele ochtend door het zand gewerkt om kriskras richting Dunedin te komen. Nooit gedacht dat ik zo blij zou zijn met onverharde wegen.

Naarmate het dalen begon kwam ik in een prachtig gebied, een soort uitgestrekt en verlaten laaggebergte waar je gevoelsmatig als eerste persoon in de geschiedenis doorheen rijdt. Ik vond het uiterst aangenaam. Onderweg naar Dunedin had ik nog een stop op het oog: een zogeheten Ecosanctuary. Ondertussen begrijp ik een stuk meer over de natuurlijke geschiedenis van Nieuw-Zeeland, waarbij het meest bijzondere is dat het eiland bijna 80 miljoen jaar lang roofdiervrij is geweest. Je kan je dus voorstellen dat het een letterlijk paradijs op aarde was voor vogels, waarbij evolutie de ruimte heeft gegeven tot de meest vreemde vogels die God kon bedenken. Dat feest is totaal verstoord in de afgelopen ~1000 jaar, toen kwamen mensen zich er mee bemoeien. Je raad het al: een groot deel is ondertussen uitgestorven door de jacht en door de introductie van roofdieren. Deze Ecosanctuary is één van de gebieden in NZ waar ze simpelweg een groot hek om een gebied neer hebben gezet, waar vogels als de Kiwi onder bescherming een volledig natuurlijk leven kunnen leven. Eén nadeeltje: om er te komen moest ik weer een berg op. No biggie, ondertussen waren we een stuk later op de dag en ging ik er vanuit dat het wel beter gesteld zou zijn qua ijs.

Zoals de clickbait foto bovenaan al verklapte ging het allemaal net een tikje minder soepel. Bij aankomst maakte ik een scherpe bocht het terrein op, voelde ik m’n achterwiel wegglippen en voor ik het wist lag ik op de grond. M’n eerste val in vele jaren. Ik landde overigens precies op dezelfde elleboog als een paar dagen eerder, maar deze keer had ik mijn motorjas inclusief impact-absorberende elleboogprotectie. Nothing on the hand dus. Balen is het wel, zeker als je bedenkt dat het hele voorval precies voor het raam van het cafeetje plaatsvond. Maargoed, ik kreeg daardoor wel meteen hulp en voor ik wist stond Larry weer rechtop. Op zo’n moment houd je je adem in totdat je durft te kijken naar de schade. Gelukkig viel het alles mee: een gebroken koppelingshendel, kapotte spiegel en wat krasjes op onbelangrijke plaatsen was alles. De nieuwe zadeltassen zullen ook wel geholpen hebben vermoed ik.

Zolang ik voorzichtig was kon ik nog prima schakelen, dus ik ben ik in verhoogde staat van paraatheid richting Dunedin gereden, wat op dat punt gelukkig al vlakbij was. Hier zou het dus wel moeten lukken om weer nieuwe onderdelen te scoren. Bovendien zit ik hier ontzettend goed onder pannen: ik verblijf bij super aardige familie van vrienden van mijn ouders en mij. Later meer over Dunedin, mijn verblijf hier en de zoektocht naar vervangingsonderdelen!






Geef een reactie