Milford Sound stond al een tijdje op mijn lijstje, dit is namelijk de enige plek binnen het gigantische Fiorland National Park (zo’n 10% van het landoppervlak van NZ) waar je met de motor kunt komen. Het gebied staat bekend om de prachtige fjorden omgeven door rotsachtige bergpieken en tropische bossen. Echte wildernis dus. Het liefst had ik een trek gedaan door dit gebied, zoals mijn ouders destijds ook hebben gedaan, maar door de afgelegenheid wordt dat al gauw een dure en logistiek ingewikkelde operatie die veel tijd zou kosten. Mijn plan was dus om vanuit Te Anau, met 120 km het dichtstbijzijnde plekje, een dagtrip naar Milford Sound te maken.
De weg daarnaartoe is legendarisch, maar in deze tijd van het jaar niet zonder uitdaging. Eerlijk gezegd had ik me niet gerealiseerd dat het hoogste punt van de weg op 950 meter hoogte lag. Met het ijs en de sneeuwval van de afgelopen tijd had ik dus even navraag gedaan in het dorp, het bleek inderdaad dat je als automobilist überhaupt die hele weg niet op mag als je geen sneeuwkettingen bij je hebt. Oeps. Maargoed, er was geen sneeuw voorspeld en ik had er wel zin in, dus aan het eind van de ochtend op een zonnige dag stapte ik met goede moed op de motor.

Al met al ben ik van mening dat ik redelijk goed voorbereid was op winterachtige conditie voordat ik naar NZ kwam. Eén ding had ik echter grandioos over het hoofd gezien: ze doen hier niet aan strooizout. Snap ik wel, met vijf miljoen inwoners in zo’n uitgestrekt land is dat niet te doen. Ik ben echter niet te spreken over het alternatief, als oplossing wordt namelijk een laag grit over de wegen gesmeten. Dat zijn in essentie gewoon allemaal kleine steentjes, zodat je als auto nog een beetje grip en remkracht hebt op het ijs. Voor een motorrijder is dit daarentegen het aller, allerkutste wat je zou kunnen bedenken. Zelfs als je al het ijs weet te ontwijken ga je op twee wielen en totaal 300 kg gegarandeerd plat als je een laag steentjes tegenkomt in de bocht.
De afgelopen weken was het nog prima te doen qua grit, niet anders dan gewone steentjes op de weg in Nederland. De bergpas naar Milford Sound is echter populair bij toeristen en om die reden hebben ze daar flink uitgepakt: de hele weg zag zwart van de dikke laag grit. Ik heb hier helaas geen foto’s van, want net als eerder in de sneeuw ben je op dat soort moment meer bezig met overeind blijven dan leuke verhalen vertellen. Heel rustigjes aan was het een kwestie van zorgen dat je een auto vlak voor je had zodat je precies door het enigszins steentjesvrije wielspoor kon rijden. Echt spannend werd het op het laatst: van de piek op 950 meter zak je ineens in een serie stijle haardspeldbochten naar zeeniveau. Toevallig had ik tijdens de gezamenlijke motortocht de dag daarvoor van mijn reisgenoot wat tips gekregen over off-road rijden, wat hij al doet sinds kinds af aan: hou het stuur niet te strak vast om de motor onder je te laten bewegen over de losse materiaal, omklem de motor met je knieën om stabiel te blijven en rem progressief met een focus op de achterrem. Al deze zaken heb ik direct in de praktijk gebracht, en hoewel het achterwiel soms een stapje opzij zette werkte het over het algemeen prima. Ik had het liever niet naast een ravijn voor het eerst geoefend, maar al met al kwam ik met controle beneden.
Daar aangekomen was het alsof ik een andere wereld in stapte. Ik laat de foto’s voor zich spreken, maar het als een paradijs op aarde omschrijven is absoluut niet overdreven. Ondanks dat het één van de natste bewoonde plekken op aarde is, was ik er op een zwoele en klaarlichte dag. Na enigszins twijfelen ben ik hier op een cruise boot gestapt, de weg houdt namelijk op aan de rand en dat zou betekenen dat ik m’n leven heb geriskeerd om uiteindelijk nog niks te zien van het fjord. De twijfel zat er vooral in dat het vrij prijzig was. Qua geld heb ik alles dat ik had kunnen besparen de afgelopen tijd door bij mensen thuis te verblijven ook ongeveer uitgeven aan flessen Jenever en diezelfde mensen mee uiteten nemen, dus het is niet zo alsof ik over heb momenteel. Een kamergenoot in het hostel had me echter de avond daarvoor ook al sterk aangeraden om een cruise te nemen, hij vond het één van de beste ervaringen van zijn reis. Dat gezegd hebbende was hij er met een helikopter heen gevlogen, dus ik vermoed zomaar dat hij niet echt last had van dezelfde financiële overwegingen.

Eenmaal op de boot bleek het een kwestie van mooi zitten, dom kijken. Kennelijk is Milford Sound op zijn spectaculairst in de regen waarbij het fjord wordt omgeven door watervallen aan alle kanten, maar ik vond het verder prima zo. We werden getrakteerd op het zicht van dolfijnen die rondom de boot aan het spelen waren. Prachtig, maar ik werd enigszins uit de ervaring gehaald door de totale paniek die dan uitbreekt onder mijn mede-toeristen. En dan bedoel ik ook echt paniek, inclusief schreeuwen, rennen en duwen. Dat ging eigenlijk zo bij elke waterval die we passeerden, maar met een beetje mentale gymnastiek kon ik me daarvoor afsluiten en was het natuurlijk allemaal prachtig.

De weg terug ging soepeler dan de heenweg, ondertussen was er door de auto’s wat meer ruimte gekomen tussen de laag grit. Na deze weg overwonnen te hebben zitten er over aan paar dagen nog een tweetal bergpassen aan te komen om noordwaarts aan de West Coast te geraken. Ergens is het jammer dat het voorlopig gedaan is met dat soort wegen, maar gezien het ondertussen aardig link aan het worden is, voorspel ik dat het ook een opluchting gaat zijn. Bovendien maakt het niet zoveel uit wat ik vind, want binnenkort gaan de passen simpelweg vaak dicht en moet ik nu dus echt wel die kant uit.






Geef een reactie