Stromende regen. Jammer, ik had een uitgebreide en gedeeltelijk onverharde route bedacht om bij de pont naar het Noordeiland te komen. Via de Marlborough Sounds, waar de heuvels als groene torens uit de zee steken. Hier waren ooit langgerekte rivierdalen te zien die over tijd door de zee zijn overgenomen om dit spectaculaire landschap te vormen. Maargoed, niks van dat dus. De boottocht gaat ook gedeeltelijk door deze Sounds heen, dus hopelijk zou ik op die manier nog iets van deze regio te zien krijgen.

Met mijn ingekorte route was ik veel te vroeg bij de boot. Gelukkig hadden ze een zeer praktisch systeem ingericht voor vroegkomers: je mag een paar uur in de haven buiten naast de boot staan wachten. Prima in de auto, net wat minder leuk in de regen op de motor. Terwijl ik daar stond zag ik op mijn telefoon de melding binnenkomen dat er een stormwaarschuwing was afgegeven voor de Cook Strait. Oei, dat wordt nog wat. Tegen de tijd dat we de boot op mochten was ik zeiknat. Het is altijd spannend om op de motor in de regen de spekgladde platen op te rijden, ik heb er in Schotland wel een paar zien vallen, maar nu ging het allemaal goed ondanks m’n koude vingers. Wat ik alleen nog niet wist is dat de echte misère toen pas zou beginnen.

Ik heb ondertussen heel wat keertjes de boot gepakt met de motor. Altijd neem ik m’n eigen spanbanden mee, altijd hebben ze ze daar ook gewoon. Dat zou nu vast ook wel weer zo zijn, maar voor de zekerheid had ik van tevoren gebeld:
“Hebben jullie spanbanden voor motoren op de boot?”
“Ja meneer”
“Op elke boot?”
“Jazeker meneer”
“Genoeg ook voor iedereen?”
“Absoluut meneer”
Drie keer fucking raden, ik kom aan op de boot en er waren geen spanbanden. Godver de godver. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe groot of een probleem dat is. Normaal al, maar zeker nu met een letterlijke storm op komst. Ze hadden wat touwtjes liggen, maar dat is bij lange na niet toereikend om een motor op z’n plek te houden in ruige zee. Andere motorrijders waren er niet dus op een spanbandje extra hoefde ik niet te rekenen. Wat een ongelofelijk koleresituatie was dat opeens. Ik was laaiend, maar het personeel op de boot kan d’r natuurlijk ook verder niks aan doen. Uiteindelijk heb ik de touwtjes, de banden van mijn bagage en wat reservetouw dat ik nog bij me had gebruikt om Larry zo strak mogelijk vast te zetten met elke mogelijke knoop die ik kon bedenken. Toen ik eindelijk klaar was goot het zweet van me af. Ik keek om me heen en tot m’n grote verbazing was het hele autodek al leeg. Sterker nog: de klep was dicht en we waren al aan het varen! Ik probeerde een deur open te maken, op slot. De volgende ook op slot. Verdomme, ik zat vast op een deel van het schip waar je absoluut niet mag zijn tijdens de vaart. Na een paar minuten wanhopig en zonder succes rondlopen opzoek naar personeel viel me een nooddeur op waar op stond “alleen openmaken in geval van nood, alarm gaat af”. Stik er maar met je rot alarm, ik ga d’r doorheen. Zo gezegd zo gedaan, ik heb niet omgekeken en ben direct doorgelopen naar het buitendek om hijgend van vermoeidheid op adem te komen. Het was niet de spreekwoordelijke vibe. Zoals verwacht was het een ruige overtocht, maar gelukkig stond Larry nog overeind tegen de tijd dat we aankwamen. Hebben al die jaren scouting toch nog wat opgeleverd.

Bij aankomst in het hostel in Wellington vertelde ik dit verhaal bij het meisje van de receptie en kreeg spontaan een privékamer, dus wat dat betreft is het in ieder geval niet voor niks geweest. Wellington zelf ben ik nog bezig met een mening over te vormen. Is het mooi? Nee. Is het gezellig? Ook niet. Dat komt vast ook door het weer, maar de doorlopende conclusie is dat je voor leuke steden toch echt beter in Europa kan blijven. Hoe dan ook is er altijd iets stimulerends aan een nieuwe stad, het is toch een beetje alsof je in een nieuw land ben. Hetgeen waar ik het meeste naar uitkijk was het Te Papa Museum, oftewel het nationale museum van NZ. Ik ben daar de volgende dag heen gegaan en het viel niet tegen. Beter gezegd, het was fenomenaal. Ik ben daar bijna vijf uur geweest, wat voelde als een halfuurtje. Sterke aanrader dus.

Voor de rest vermaak ik me hier prima. De mensen in het hostel zijn leuk en er zijn zowaar ook nog wat fraaie gebouwen hier en daar verstopt tussen de vierkante grijze shopping malls. Er moet ook wel gezegd worden dat ik het langzaamaan leuker begin te vinden nu ik meer buiten de binnenstad kom, er zijn daar nog verassend veel kleine wijkjes met hun eigen vibe. Kennelijk is het ook een veilige stad want alle motoren staan op straat zonder slot.
Wellington staat door de vele filmfaciliteiten ook wel bekend als Wellywood. Je begrijpt, dan heb je aan mij een goeie. Vandaag ben ik dan ook met open ogen en volledig vrijwillig de toeristenval van de Weta Workshop ingelopen. Dit zijn de studio’s waar het design en de praktische effecten voor de Lord of the Rings en vele andere films gemaakt worden, waar je goed betaalt voor een anderhalfuur durende rondleiding door hun mini-museum. Ik moet zeggen, het viel me niet tegen. De objecten die er stonden waren erg interessant, maar ik kon het vooral goed vinden met de mensen die daar werken. Op een gegeven moment werd ik zelfs uitgenodigd om later in de week drankjes te komen doen met ze. Hoe vet zou dat zou, pilsen met de makers van de Lord of the Rings?? Goed, het ging hier om de tour guides, maar toch. Ik heb serieus overwogen om hiervoor langer in Wellington te blijven, maar uiteindelijk is de realiteit dat dat me meerdere dagen zou kosten terwijl ik nog maar een paar weken heb om het hele Noordeiland te ontdekken. De keuze is gemaakt, het plan is om morgenochtend de motor weer op te laden.







Geef een reactie