Onderweg van Palmerston North naar Napier deed het landschap me erg denken aan noord Engeland. Een leeg gebied met kale heuvels van gras en heide vol met schapen. En wegen met veel gaten d’r in. Maar toch, het herinnerde me aan mijn tijd daar en ik vond het fijn om me na een halfjaar weer even in die sferen te wanen. Niet lang daarna kwam er nog meer overlap in de vorm van de atmosfeer die spontaan tastbaar werd. Of minder eufemistisch gezegd: het werd kloteweer. Binnen 20 minuten stond er wederom een diepe laag water in m’n laarzen en waren m’n voeten ijskoud. M’n trucje om met ductape en secondelijm er nog wat van te maken heeft duidelijk niet geholpen, dus bij thuiskomst wordt het tijd voor nieuwe. Tot die tijd moet het gewoon even drie weken niet gaan regenen in NZ. Moet lukken toch?

Het zicht was zeer slecht dus ik deed het rustig aan, maar dat kon niet voorkomen dat het in een bocht bijna fout afliep. M’n achterwiel verloor grip en ik schrok me een hoedje. Het is me vaak genoeg gebeurd dat je even een beetje slipt, maar dit voelde anders, bijna alsof de motor ineens in een andere richting schoot. Het kan een steentje of iets dergelijks zijn geweest, maar ik wilde toch even stoppen om te controleren of mijn banden in orde waren. Niks aan de hand, maar wat wel meteen opviel is dat de ketting weer helemaal slap hing. Balen zeg, ik moet er dus toch aan gaan geloven om een kwart van de waarde van de motor uit te geven aan een nieuwe kettingset. Bovendien moet hij natuurlijk echt niet breken tijdens het rijden, dus ik ben rustig aan, nog langzamer dan ik al ging, naar een motorzaak gereden. Daar aangekomen bleek de kettingset die ik nodig zou hebben behalve heel duur ook bijna niet te krijgen te zijn in NZ. Dat was dus geen oplossing, maar wat ze wel nog konden proberen is een schakel er uit te halen zodat de levensduur nog een beetje opgerekt wordt. Dat bleek echter ook niet te lukken zonder specialistisch gereedschap, maar in het proces hebben ze wel de wielen weer opnieuw uitgelijnd. Dat was namelijk niet helemaal in orde, blijkbaar, en kan ook bijgedragen hebben aan het loskomen, dus met een beetje geluk zou ik nu alsnog weer even toe moeten kunnen. Overigens hebben ze dit allemaal voor gratis voor me gedaan.

Op dit punt was ik gelukkig al op mijn eindbestemming voor de dag, Napier. Een kuststadje dat bekend staat om de Art Deco stijl van het centrum. In 1931 is heel de stad ingestort door een aardbeving en vervolgens, zoals helemaal hip was in die tijd, herbouwd als kleurrijk Art Deco geheel. Daarmee is het één van de weinigen plaatsen in de wereld. Ik vind het een fraaie en vooral vrolijke bouwstijl, maar na een uurtje rondlopen moet ik bekennen dat ik het ook wel weer had gezien. Het hostel waar ik verbleef was ook niet best. De eigenaar, hoewel ontzettend vriendelijk, was duidelijk niet meer in staat het hostel te onderhouden en de hele handel viel dan ook letterlijk uit elkaar. Hetzelfde was het geval voor het schoonmaken van het hostel en ik heb echt niet hele hoge standaarden. Al met al vond ik het na één nachtje mooi geweest en ben ik vanochtend weer vertrokken.

Wat ook meespeelde is dat ik heel erg graag richting het Tongariro National Park wilde gaan, één van de weinige punten op het Noordeiland waar ik van tevoren al naar uitkeek. Het is een (actief) vulkaangebied hoog in de bergen, waar je door bossen, woestijnen en hoogvlaktes rijdt. De rit was dan ook prachtig qua landschap. Het rijden zelf was een tikkeltje saai, de weg is namelijk hard getroffen door een cycloon vorig jaar en is nu dus vooral lage snelheden en veel éénrichtingsverkeer. Beetje rijden op z’n Nederlands zegmaar. Geeft allemaal niet, ik ben er. In eerste instantie verblijf ik in Lake Taupo, wat voor een paar dagen mijn uitvalsbasis wordt. Ik wat tijd nodig om zaken te regelen en ik voel dat ik het ook wel even rustig aan moet doen voor ik weer veel van mijn lichaam ga vragen. Het plan is namelijk om uiteindelijk dieper de bergen in te gaan. Om echter serieus te kunnen lopen door het vulkaangebied heb je deze tijd van het jaar, kwam ik zojuist achter, wel serieus spul nodig: sneeuwijzers, een ijshouweel etc. Bovendien is het nog maar de vraag hoe verstandig het is om in je eentje aan zo’n tocht te beginnen (of eigenlijk is dat helemaal geen vraag), dus ik ben overwegende om met een gids op pad te gaan. Dat is flink aan de prijs, maar daar kan je wel spullen van huren en vervoer naar de verschillende start- en eindpunten mee regelen. En misschien is het ook best nog wel geinig met een groep. Al met al wordt het hoe dan ook een logistieke uitdaging, maar ik ga kijken hoe ver we komen!
“Nu, in ieder geval heb ik mijn besluit genomen. Ik wil weer bergen zien, Gandalf – bergen, en dan een plek vinden waar ik kan rusten.”






Geef een reactie