Op pad in de buurlanden

Op pad in de buurlanden

Zoals ik al vaker heb genoemd wil ik deze website gebruiken om mijn (solo)motorreizen te beschrijven. Dat zijn de momenten dat ik voor mijn gevoel het meeste meemaak om over te schrijven, maar het zijn ook simpelweg de momenten waar ik per definitie veel alleen ben. Daar blijkt het voor mij dan verassend fijn te zijn om er over te schrijven. Dat hoeven geen wereldreizen te zijn, zoals nu ook niet het geval is: ik had met vrienden afgesproken om in de Alpen te wandelen en ging aansluitend met mijn vader en vrienden van hem een weekend motorrijden in de Eiffel. Om tot de Alpen te komen had ik besloten een paar dagen eerder alvast te vertrekken.

Ondanks dat ik in NZ de ochtend meer heb leren waarderen ben ik nog steeds geen koning in het snel uit de startblokken komen ’s morgens. Ik heb daarom een regel opgesteld voor de vertrekdag van mijn motorreizen: alles moet de dagen daarvoor al geregeld zijn zodat ik ’s ochtends optijd en zonder stress kan vertrekken. Dat is eigenlijk nog nooit gelukt en vandaag was geen uitzondering. Tegen de tijd dat ik vertrok richting de Pfalz in Duitsland, mijn eerste bestemming, liep de morgen al op z’n eind en was het al flink warm aan het worden. In Nederland zo’n 30 graden en dat liep alleen maar op naarmate ik verder richting het binnenland reed. Rondom het Ruhrgebiet was het als vanouds ontzettend druk met zware file tot gevolg. Officieel gezien mag je in Duitsland niet met de motor tussen de file door en als het niet nodig is zou ik dat ook niet zo snel alsnog doen. Sowieso is het namelijk nooit heel relaxt en als er dan wel wat gebeurt ben jij als motorrijder de sigaar. Het was echter zo heet op het asfalt tussen de ronkende vrachtwagens, volgens mijn motor 38 graden, dat het me aan m’n reet kon roesten en ik de risico’s aanvaarde van door de auto’s slingeren. Nog steeds voelde het als rijden door een föhn en in de hitte was het een uitzonderlijk vermoeiende bezigheid. Soms baal ik dat ik niet zo’n gast ben die het allemaal niet boeit en gewoon met een T-shirtje op de motor stapt…

De temperatuur boven het asfalt

Ik was de file nog niet uit of het volgende probleem presenteerde zich. Een paar dagen eerder had ik wat onderhoud uitgevoerd aan mijn motor: mijn handvatverwarming zat niet goed op z’n plek en in plaats van nieuwe te kopen had ik ze met liters WD40 van hun plek gekregen om te hergebruiken. Je weet wel, om geld te besparen. Die WD40 bleek zich echter in de buis van het stuur te hebben gewerkt, wat als gevolg had dat mijn spiegeltjes, die aan het uiteinde van mijn stuur zijn gemonteerd, spontaan loskwamen en op de weg kletterden. Zonder spiegels verder is geen optie, dus ik ben meteen naar de dichtstbijzijnde motorzaak gereden. Daar hadden ze, natuurlijk, alleen de duurste spiegels op voorraad. Kosten: 150 Euro. Maargoed, ze hebben ze er wel voor me op gezet én ik kreeg een gratis Kawasaki sleutelhanger.

M’n gereedschapssetje haalde niks meer uit

In het donker aankomen op de camping leek me niks, dus op de Autobahn heb ik even flink gas gegeven. Een goed excuus ook om even op snelheid te komen, waarbij wel gezegd moet worden dat het bij de 200 km/u toch ophoudt. Niet zozeer omdat de motor niet verder kan, maar ik hou het op dat punt wel voor gezien. In september ga ik voor het eerst het circuit op dus we gaan even kijken of we daar nog wat aan kunnen doen. Onderwerg besloot ik een pauze in te lassen bij zo’n gigantische Duitse bruinkoolmijn. Ik had eigenlijk nog nooit zoiets gezien eerlijk gezegd schrok ik een beetje van de schaal van de destructie. Los van het feit dat bruinkool zo ongeveer de allervervuilendste en giftigste vorm van energie is, zijn er ook hele bossen en dorpen van de kaart geveegd om hier de grond in te gaan. D’r gaat een tijd komen dat we hier met onbegrip op terugkijken.

Gezellig zonnen bij de bruinkoolmijn

Net voor het donker arriveerde ik op de camping. Ik werd meteen aangesproken door de Duitse heren op het terrasje, die duidelijk niet aan hun eerste biertje zaten. Vriendelijk bedankte ik ze voor het aanbod om ze te vergezellen en ging aan de slag met de tent. Overigens heb ik, tot mijn eigen verbazing, besloten dat ik Duits spreek. Waar ik tijdens de vele eerdere keren in Duitsland meestal m’n toevlucht zocht tot het Engels, boeit het me nu geen zak meer en converseer ik gewoon in gebroken Duits. Hoe meer je reist hoe minder taal afschrikt misschien?

Altijd fijn als de tent voor het donker staat

In de avond was ik met mijn ouders aan het bellen, hoofdzakelijk om even te miepen over de hete dag, en een andere Nederlandse jongen overhoorde ons gesprek. We raakten nadien aan de praat, hij zat ook net in de laatste fase van z’n studie en was voor het eerst alleen op reis. En ook niet zomaar, hij had een kapotte Volvo uit 1973 gekocht, deze opgeknapt en ging er nu mee op pad door Europa. Reisduur: onbekend. Hij was net een weekje onderweg maar zat al vol verhalen, wat bewijst dat je niet per se ver weg hoeft te gaan om bijzondere reiservaringen te hebben.  

De volgende dag begon het fraaie rijden en ben ik door de Pfalz de Vogezen in gereden om uiteindelijk in het Zwarte Woud te overnachten. Een fraai stukje Frankrijk en Duitsland met hartstikke leuke dorpjes. De Pfalz was ik nog nooit geweest en is absoluut geen hooggebergte, maar heeft steeds heerlijke pasjes een paar honderd meter omhoog en weer naar beneden. Met goed asfalt ook, en belangrijker nog: er was helemaal niemand. Ik denk dat iedereen dit stukje Duitsland overslaat en meteen doorrijdt naar het Zwarte Woud, zoals in alle eerlijkheid nu ook mijn uiteindelijke plan was. In het grensgebied kwam ik een aantal bunkers tegen van de Maginot en Siegfried Linies. Een tikje leguber misschien, maar ik vind dat toch altijd interessant en heb ook wel eens hele vakantie gewijd aan het zoeken van dat soort WW1/2 relieken. Ooit heb ik toen zelfs een bunker gevonden die via een ijzingwekkend enge trap de grond in naar een gigantisch complex leidde, bijna een soort ondergrondse bunkerstad. Deze keer zat dat er niet in, maar het bleef nog steeds geinig om te zien. Ondanks dat het natuurlijk ook een stukje heftige geschiedenis is.

Franse bunker in de bosjes

Om van de Vogezen naar het Zwarte Woud te komen moet je de Rijnvallei door. Een vreselijk druk gebied is dat, met steden als Strasbourg. Ik heb hier een jaar of twee geleden ook gereden, toevallig ook tijdens een hittegolf, en ik kan me nog heel goed herinneren wat een ontzettend klote onderneming dat was. Ik hoopte dat het nu anders zou zijn, maar helaas: over een stuk van 70 kilometer heb ik bijna drie uur gedaan door al het verkeer. Met name dankzij een lange colonne tergend langzame vrachtwagens en campers. Blaf en Blaf heet was het op het asfalt. In eerste instantie wilde ik er zo snel mogelijk doorheen, maar op een gegeven moment kreeg ik zo’n hoofdpijn van de hitte dat ik niet goed meer uit m’n ogen kon kijken. Ik stopte bij een tankstation en de kerel achter de balie had kennelijk al door het niet helemaal lekker ging. Hoe die dat kon zien weet ik nog steeds niet, maar hij kwam direct met een glaasje water aanzetten toen ik afstapte. Na een lange pauze naast de koelkast van het tankstation reed ik dan eindelijk weer omhoog het Zwarte Woud in. Meteen was er schaduw, wind en ruimte en het leven lachte me weer toe. Na een mooi stukje rijden kwam ik op de camping, waar ik erg dankbaar was voor mijn keuze van een weekje eerder om er eentje te kiezen die op 1100 meter hoogte lag. Met cafeetje ook, maar ik was aardig moe en besloot na mijn maaltje naar bed te gaan voor een goede nacht. Toch bleek dat ook al veel gevraagd. Misschien dat ik met mijn wazige hoofd mijn eten niet goed had bereid (bij uitzondering vlees), maar zonder waarschuwing werd ik om 4u wakker en kotste ik mijn hele tent onder. Ik heb wel eens betere kampeerervaringen gehad.

Esthetisch plezierige dorpjes in het Zwarte Woud

Echt optimaal begon de volgende dag dus niet. Het plan was om naar Oostenrijk te rijden om mijn vrienden daar te treffen waar ik een paar dagen mee zou gaan wandelen in de Alpen. In lijn met mijn track record zat optijd vertrekken er dus niet in, maar na een paar colaatjes in het eerste de beste dorp durfde ik het wel aan. Toch zat ik het eerste deel van de dag niet echt lekker in het zadel, en had ik al gezegd dat het warm was? Ik had wel wat slims bedacht, niet ver van mij was namelijk de Bodensee: het meer dat de grens vormt tussen Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Van een trip een jaar of vier geleden kon ik me herinneren dat het water daar ontzettend koud was en ik bedacht me dat dat nu wel eens van pas zou kunnen komen. En jahoor, een duikje later stond de pet al een stuk gunstiger. Via wat prachtige bergpasjes kwam ik laat ’s avonds aan op de camping in Oostenrijk, waar mijn vrienden al op me zaten te wachten om de volgende dag samen mijn verjaardag te vieren.


Ontdek meer van Wrong Bike Right Way

Abonneer je om de nieuwste berichten in je inbox te ontvangen.

Comments

2 reacties op “Op pad in de buurlanden”

  1. Xandra avatar
    Xandra

    Nou ,nou , het gaat allemaal wel met vallen en opstaan.
    Toch rijdt je door mooie gebieden en heb je inmiddels je verjaardag gevierd met je vrienden die ook nog een ” mooie” taart voor je hebben geregeld. De tekst was iets minder maar het gaat om de gedachte! Een fijne voortzetting.

  2. mary-lyn Tait avatar

    Happy birthday Yaran! Good to hear the adventuring continues…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Search


Categories


Translate »