Nog een beetje beduusd van de vorige dagen kroop ik de ochtend van mijn verjaardag mijn tent uit. Tijd om bij te komen zat er niet in, ik heb namelijk het geluk vrienden te hebben die in alle vroegte een taart hadden gehaald bij de lokale bakker en ondertussen druk bezig waren mimosa’s in elkaar te draaien. Een goed begin van een goede verjaardag, die hoofdzakelijk besteed werd met een rustige wandeling naar een verkoelend bergmeertje. Een onbekende altruïst heeft daar ooit de moeite genomen om een boom in te klimmen en een touw te spannen, waardoor je zo van de rotsen het meer in kon slingeren. Omdat ik lijd aan structurele zelfoverschatting besloot ik nog even een salto te proberen, waarna ik zo glorieus hard op m’n rug landde dat alle lucht uit m’n longen gedrukt werd. Maar geinig was het wel!

De dag daarna stond de eerste serieuze wandeling op de planning, bestaande uit een uurtje of vier omhoog lopen gevolgd door een technische scramble, wat ik altijd ontzettend leuk vind, naar de top. Al klauterend begonnen de omstandigheden echter langzaam grimmiger te worden. De lucht ging van blauw, naar wit, naar zwart en het was duidelijk dat er onweer op komst was. Dat zou niet de laatste keer zijn deze reis, maar dat wist ik toen nog niet. Al staande op de berg was het nu natuurlijk zaak om zo snel als je kan de berg af te komen, dus hebben we eerst rustig een biertje gedronken in de berghut. Dat was ook omdat we er, naïef genoeg, vanuit gingen dat de skilift die zich naast de berghut bevond ons nog wel naar beneden zou brengen. Helaas werd die, zeer begrijpelijk, stilgelegd voordat het noodweer echt begon.
Ondertussen begon de situatie aardig nijpend te worden voor ons, want een uren durende steile afdaling in de stromende regen zou zeer vervelend en zelfs enigzins gevaarlijk kunnen worden. Onverwacht presenteerde de oplossing zich echter in de vorm van een driewieler. Bovenop stonden namelijk een soort skelters die je, naar later bleek met een gang tot 70 km/u (!!!), tegen betaling naar beneden mocht racen. Je moet dan eerst bellen met de mensen in de vallei, en helemaal de bedoeling om er in het onweer mee op pad te gaan was het niet, maar uiteindelijk konden zij toch ook wel overtuigd worden door de notie dat dit de snelste en dus veiligste (afhankelijk van hoe je het ziet) manier was om naar beneden te komen. Met fietshelmpjes van twijfelachtige kwaliteit scheurden we dus naar beneden terwijl de hemel boven ons losbrak. Ik vond het fantastisch en voelde me springlevend, hoewel dat niet een gedeeld sentiment was voor alle leden van de groep.

De volgende dag zag de rest een rustdagje wel zitten. Die tijd kon ik mooi gebruiken om op de motor op pad te gaan. Naast dat ik graag nog even door de Oostenrijkse Alpen wilde rijden, was er op een paar uur afstand nog een plekje die al heel wat jaren op mijn lijst staat: de Timmelsjoch Pas. Bovenop deze bergpas, die loopt tussen Oostenrijk en Italie, staat namelijk het een legendarisch motormuseum. Behalve dat het natuurlijk geinig is om naar ouwe motoren te kijken terwijl je je op 2500 meter hoogte bevindt, is dit ook een soort mecca voor motorrijders. Iedereen kent het, niet te meer omdat het twee jaar geleden volledig is afgebrand, waarbij een paar onbetaalbare motoren vergaan zijn. Sindsdien is de hut mede dankzij crowdfunding van motorrijders uit heel Europa heropgebouwd.
Klinkt leuk, maar de realiteit was dat het eigenlijk een soort toeristenval specifiek voor motorrijders was. Inclusief koffiekopjes in motorvorm, een motorglijbaan en een motor-wc. Daarnaast bloed je geld om er te komen: 10 Euro voor een vignet, 25 Euro om de pas op te mogen en 15 Euro entree voor het museum. Het bijzonderste vond ik nog dat ze een “Motorcycle 4D Experience” aanboden, waar je in een grote zaal kon ervaren hoe het is om met een motor over de pas te rijden. Maar wie is hier in hemelsnaam de doelgroep van? Ik kan me niet voorstellen dat er mensen naar dit museum komen die niet zelf op de motor zitten, want laten we eerlijk zijn, dit interesseert natuurlijk verder helemaal niemand.

Het waren zoveel motoren, zonder verdere info, dat ik er op een gegeven moment wel een beetje klaar mee was (en dat zeg ik!). Toch ben ik blij dat ik er ben geweest, maar feit blijft dat er op rijden leuker is dan er naar kijken. Zodoende besloot ik weer op te stappen en verder te gaan richting de Italiaanse kant. Daar werd het rijden ineens verassend technisch, op deze hoogte lag er namelijk daadwerkelijk nog wat sneeuw en ijs. Aan de Oostenrijkse kant geen enkel probleem: de weg was ruim en goed onderhouden. Zodra je de grens overgaat wordt het echter een ander verhaal, dan zijn het opeens krappe haarspeldbochtjes over afbrokkelend asfalt. Ik wil geen stereotypes uitdragen over Italiaans vakmanschap, maar opvallend was het wel.

Na een pizzapauze begon het aardig laat te worden, en ik moest nog zo’n drie uur rijden terug richting de camping. Net als de dag daarvoor werden de wolken langzamerhand donkerder en donkerder. De eerste spetters begonnen te vallen en dus bracht ik het tempo omlaag. Consequentie daarvan was dat ik nog een uur verwijderd was van de camping toen de zon onderging. Zonder verdere waarschuwing was dat kennelijk ook het signaal voor de omschakeling van normale regen naar ongeloofelijk zwaar onweer. Het ging zo hard tekeer dat het voelde alsof ik door de wasstraat reed. Hoe vaak ik ook met mijn handschoen over mijn vizier ging, m’n zicht bleef een waterbende. De bliksem in de verte was ondertussen genaderd tot het punt dat bij elke inslag de hele hemel oplichtte. An sich fijn want de weg zelf was onverlicht, maar ik had nog twee bergpasjes te gaan op dit punt. Ik reed vrijwel in m’n eentje en bedacht me dat het misschien niet heel tactisch zou zijn om met bliksem links en rechts over een verder onbeschermde berg te gaan rijden.
Ik was al langs de weg gestopt om een overnachtingsplekje in de buurt te zoeken, tot er ineens een grote vrachtwagen aankwam. Top, dat wordt mijn rijdende bliksemafleider! De vrachtwagenchauffeur, kennelijk een local, had dat ook in de smiezen en verlaagde zijn tempo zodat ik vlak achter hem kon blijven. Zodoende zijn we met een slentergangetje de berg over gekomen. Ik heb zelden zo’n intens onweer meegemaakt als daar. Natuurlijk is dat niet helemaal objectief want je ervaart het gerust een stuk intenser op de motor dan vanuit je slaapkamer, maar het was in ieder geval de heftigste bliksem die ik ooit heb gezien. Het was beangstigend mooi, elke keer had ik voor een halve seconde misschien wel het meest spectaculaire zicht over de bergen dat ik ooit heb gezien. Maar goed, om eerlijk te zijn was ik ook wel in m’n nopjes toen ik, uiteindelijk laat in de avond, weer onder ons terpje op de camping zat op te warmen met een kop thee.

De resterende dagen hebben we een poging gedaan om alsnog een top te bereiken. Met succes. Daar moet wel bij gezegd worden dat we voor de eerste helft de skilift hadden gepakt, want we hadden er weinig trek in om eerst weer 5 uur lang in de hitte een recht steil pad omhoog te volgen. De laatste dag hebben we nog één keer flink op ons donder gekregen van het weer. Een vallei verder dan waar wij kampeerden waren we op pad om wat kasteelruïnes te bekijken toen we pikzwarte wolken richting onze camping zagen trekken. Een zeer lokale uitbarsting dus, aangezien bij ons een kilometer verderop het zonnetje scheen. Wij zagen de bui echter al hangen en reden met gierende banden terug naar de camping om onze zooi veilig te stellen. Het was te laat: ons volledige kampement, bestaande uit de tenten, stoelen, koelbox, tafel etc, was weggespoeld en mochten wij bij elkaar gaan rapen tussen de modder. Gelukkig maar dan dat het de laatste avond was, één nachtje in een natte slaapzak kan ik wel aan. Met een gezonde portie zelfmedelijden hebben we elkaar vervolgens getrakteerd op een passende hoeveelheid rondjes in de lokale kroeg.







Geef een reactie