Interessant genoeg bleek het kopen van een motor het makkelijkste deel van het kopen van een motor. Er zijn een hele hoop zaken die gekocht of geregeld moeten worden, maar op het moment van schrijven is het na drie dagen eindelijk gelukt een verzekering te krijgen. Dat is maar goed is ook, want morgenochtend ben ik van plan de stad achter me te laten. Daar ben ik overigens niet rouwig om. Eerlijk gezegd vind ik Christchurch namelijk stiekem best een kut stad. Ik kan het nog het beste omschrijven als een mix van een Amerikaanse en Belgische stad: oneindige vierkanten van kaarsrechte wegen gevuld met megawinkels, meesterlijke gecombineerd met de rommeligheid en vervallenheid van een Belgische stad met hier een daar een oud gebouw. Met oud bedoel ik dan net iets meer dan 100 jaar oud. De stad is één van de oudste van NZ en profileert zich als Engelse stad omdat het zo’n vier Victoriaans-Gotische gebouwen heeft staan, die dus allemaal kopieën zijn van hun centennia oude tegenhangers in de UK. Beetje lastig om er nu dus enthousiast van te worden als je net in de UK hebt gewoond. De Aziatische toeristen vinden het echter fantastisch, ik denk dat het misschien een wat bereikbaarder alternatief is op helemaal naar Europa te reizen? Een ander ding waar ik me ontzettend aan blijf ergeren is hoe centraal (gigantische) auto’s staan. Het maakt de stad lelijk, oneerlijk verdeeld, ongezond, slecht voor het milieu, verkeersonveilig en luid. Maar hé, je kan wel met je Ford Ranger de binnenstad in rijden, en dat is uiteindelijk waar het leven om draait, toch?

Er is ook simpelweg niet veel te doen. Het hoofdmuseum is in verbouwing en het Internationale Antarctica Centrum (Christchurch vormt de basis van de Zuid-Pool expedities) kost 35 Euro en daar ben ik veel te Nederlands voor. Rijden in de buurt heb ik nog niet durven doen zonder verzekering, wat wonderlijk genoeg overigens an sich wel legaal is in Nieuw-Zeeland. Tot mijn grote verassing bleek gisteren wel dat er ergens in een woonwijk een klein motormuseum stond van ene Mike Pero. Leuk! Zo’n museum annex buurthuis is meestal een ouwe racer die een paar klassieke motoren in zijn woonkamer heeft staan en daar maar wat graag over vertelt. Eenmaal aangekomen bleek de vork echter anders in de steel te zitten. Mike Pero is de grootste vastgoedmagnaat van NZ en heeft als semi-BNZ’er een gallerij om zijn eigen motoren tegen betaling te laten zien aan het publiek. Ik ben nog zo dom geweest te betalen ook. Het gebouw stond in de tuin van zijn landgoed en was ingericht inclusief smaakvol marmere glas-omgeven kantoortje middenin de gallerij vanwaar perfect op het betalende plebs neergekeken kon worden. Alsof direct uit een Tommy Teleshopping reclame gelopen, kwam Mike zelf ook nog even een praatje maken. Strak in strak pak met oplichtend witte tanden begon de kerel binnen twee zinnen over Bitcoin en AI. Toen ben ik maar weer vertrokken.

Goed, ik ben misschien wat onaardig tegen Christchurch. De mensen zijn verder ontzettend vriendelijk en bovenal behulpzaam, elke winkel/openbare voorziening waar ik naar binnen loop gaat men tot het uiterste om me te helpen. Bovendien ben ik ook gewoon ontzettend moe, wat denk ik niet helpt met je perceptie van een plek. Er zijn al dagen geweest waar ik eigenlijk alleen maar in bed heb gelegen (gisteren sliep ik om 20u), dus ik moet duidelijk nog even bijkomen. Uiteindelijk is er echter maar één echte reden dat het me niet lekker zit: dit is niet waarvoor in naar Nieuw-Zeeland ben gekomen. Ik ben gekomen voor de bergen, de landschappen en de natuur. De afgelopen dagen is het weer koud maar zonnig geweest en ik heb zomaar het vermoeden dat dat het beste is dat het gaat worden, waardoor mij continue een gevoel bekruipt van haast om de stad uit te komen. Haast is natuurlijk niet hoe het zou moeten, maar gelukkig is er een simpele oplossing voor: wegwezen!






Geef een reactie