Soms houd ik met niet aan de snelheidslimiet. Dat is namelijk hartstikke leuk om te doen, mits de omstandigheden het toelaten natuurlijk. Zolang je ook niet dermate onverstandig doet om in de bewoonde wereld te hard te rijden is je pakkans nihil. Maar niet nul, kwam ik vandaag achter.
Ik reed door de fantastische hoogvlaktes, de wegen en het landschap waren ruim en verlaten. God’s persoonlijke racecircuit is hoe ik het zou omschrijven. Aardig doorrijdend komt een auto mij tegemoet en tot mijn verassing gaan ineens sirenes en zwaailichten aan. Dat zal wel niet voor mij zijn dacht ik nog, totdat ik de politiewagen zag keren in mijn spiegels. Fuck, hoe hard ik ging wist ik niet, maar het was uitgemaakte zaak dat ik zou hangen. In bijna zes jaar rijden ben ik nog nooit staande gehouden voor snelheid, maar iemand heeft mij ooit wel eens tips gegeven over hoe om te gaan met de situatie: blijf doorrijden totdat er een veilige plaats komt om te stoppen, wees vriendelijk en niet Nederlands bijdehand (maar geef ook niks toe) en, in dit specifieke geval, zet je buitenlandse accent op standje maximaal. Dat laatste ging eigenlijk vanzelf, want tegen de tijd dat we stil stonden zat de schrik er goed in. De interactie verliep, denk ik, zo goed als het kan. Eindconclusie was een boete van 170 NZD voor 25 km te hard, wat neerkomt op zo’n 100 Euro. Daar ben ik verdraaid goed mee weggekomen. Sowieso is het natuurlijk volledig mijn eigen schuld, ik weet prima dat wat ik doe niet mag. Iets met billen en blaren. Uiteindelijk heeft de agent mij trouwens ook ongelooflijk gematst, als je wilt weten op welke snelheid hij mij eigenlijk klokte moet je me naar even een berichtje sturen.

Voor de rest heb ik wel fenomenaal gereden. Het is één ding om de landschappen in de Lord of the Rings te zien, het is wat anders om er doorheen te rijden. Over het algemeen is er geen ziel te bekennen, hoewel je rond de bekende mooie plekjes toch zeker af en toe nog kan aansluiten in het treintje achter een camper. Wat dat betreft ben ik dus bijna blij dat ik hier in de aankomende winter zit, want mede op basis van alle reclames langs de weg voor de verschillende avonturen die je hier kan beleven, vermoed ik dat het zomers een gekkenhuis is. Wel blijft het bij bijna blij voor nu, want ik kan nog niet ontsnappen aan het gevoel van haast rondom het steeds dichterbij komen van de winter. Dat komt trouwens ook mede doordat iedereen het tegen me blijft zeggen. Het is ook echt wel koud, niet zozeer in de gemeten temperatuur maar het voelt ijzig aan. Misschien iets met de luchtvochtigheid te maken? Ik zou het niet weten. Tegelijkertijd ben ik volgens mij ook best wel wat gewend. Ik ben voorbereid met onderlaagjes, verwarmde handschoenen en winddichte motorkleding. Zolang het niet gaat sneeuwen kan ik dus eigenlijk alles aan. Nou is mij 5 minuten voordat ik dit schrijf wel verteld dat het de komende dagen misschien gaat sneeuwen op het plekje in de bergen waar ik momenteel ben, dus we gaan even kijken hoe lang die stoere woorden het gaan uithouden.
Het plekje in kwestie is aan de voet van de hoogste berg van NZ, Mt. Cook. Als enige motorrijder en volgens mij ook enige tentbewoner heb ik mijn deel van de camping voor mezelf. Ik kijk ontzettend uit naar het uitzicht van mijn tent morgenochtend, want veel tijd om goed om me heen te kijken heb ik nog niet gehad. Vandaar dat ik voor nu de foto’s verder laat spreken.







Geef een reactie